Output & Integratie

Output en Actieprotocollen: Van Classificatie naar Actie

Een AI-triagesysteem levert meer dan alleen een urgentieklasse. Wat krijg je precies als output, en hoe werkt dat in de praktijk?

PD
Patrick Dronk AI Consultant
|
December 2025
12 min leestijd

Dit artikel is onderdeel van onze serie over AI in de zorg:

AI Triage Serie

5 van 10 artikelen

← Terug naar het overzicht

"En wat doe ik dan met die output?"

De vraag klinkt simpel, maar raakt de kern. Een AI-triagesysteem dat een mooie urgentiecode produceert maar niet aansluit op je werkprocessen, is nutteloos. De waarde zit niet in het algoritme, maar in wat je ermee kunt doen.

In dit artikel bespreek ik wat AI-triage oplevert, hoe die output eruitziet, en hoe je het integreert in je dagelijkse werkwijze.

Wat levert AI triage op?

Een complete AI-triage output bestaat uit meerdere onderdelen:

  1. Urgentieklasse. De classificatie volgens de NTS (U1-U5), met bijbehorende betekenis en tijdslimiet.
  2. Zekerheidspercentage. Hoe zeker het systeem is van de classificatie (bijvoorbeeld: "87% zekerheid voor U3").
  3. Onderbouwing. Welke symptomen tot deze conclusie leidden, en welke beslisregels werden toegepast.
  4. Aanbevolen actie. Wat er moet gebeuren: direct contact, afspraak binnen 24 uur, zelfzorgadvies, etc.
  5. Aanvullende informatie. Mogelijke differentiaaldiagnoses, alarmsymptomen om op te letten, of aanbevelingen voor de arts.

Al deze elementen samen vormen een compleet beeld dat de triagist in staat stelt om snel en onderbouwd te handelen.

De U1-U5 urgentieschaal

De meeste Nederlandse AI-triagesystemen gebruiken de Nederlandse Triage Standaard (NTS) met vijf urgentieniveaus:

Niveau Betekenis Responstijd Typische actie
U1 Levensbedreigend Direct 112, ambulance
U2 Spoed < 1 uur Spoedconsult, SEH
U3 Dringend < 4 uur Consult dezelfde dag
U4 Routine < 24-48 uur Afspraak inplannen
U5 Advies Geen tijdslimiet Zelfzorg, telefonisch advies

Belangrijk: De verdeling over deze klassen varieert per praktijk, maar typisch is: U1 minder dan 2%, U2 rond 8%, U3 zo'n 25%, U4 ongeveer 40%, en U5 rond 25%.

Actieprotocollen per urgentieniveau

Elke urgentieklasse heeft een bijbehorend actieprotocol. Dit beschrijft precies wat er moet gebeuren:

U1 Protocol

  • • Direct 112 bellen of ambulance sturen
  • • Patient aan de lijn houden tot hulp arriveert
  • • Locatiegegevens vastleggen
  • • Relevante info doorgeven aan meldkamer

U2 Protocol

  • • Spoedconsult inplannen binnen 1 uur
  • • Arts direct informeren
  • • Patient instrueren om beschikbaar te blijven
  • • Bij verslechtering: upgrade naar U1

U3 Protocol

  • • Consult inplannen dezelfde dag
  • • Bevestiging sturen naar patient
  • • Alarmsymptomen doorgeven om op te letten
  • • Dossier voorbereiden voor arts

U4 Protocol

  • • Reguliere afspraak inplannen
  • • Patient informeren over wachttijd
  • • Eventueel voorbereidende informatie versturen

U5 Protocol

  • • Zelfzorgadvies verstrekken
  • • Alarmsymptomen benoemen
  • • Instrueren om terug te bellen bij verslechtering
  • • Eventueel link naar informatiebrochure

Integratie met je EPD of HIS

De AI-output moet naadloos integreren met je bestaande systemen. Dit gebeurt meestal via gestandaardiseerde formaten:

HL7 FHIR:

De meeste moderne systemen gebruiken HL7 FHIR (Fast Healthcare Interoperability Resources). Dit is een internationale standaard voor het uitwisselen van zorginformatie. De AI-output wordt geformatteerd als FHIR-resources zoals Observation (voor de triageresultaten) en ServiceRequest (voor de aanbevolen actie).

Wat er wordt overgedragen:

  • Urgentieclassificatie met code en beschrijving
  • Tijdstempel van de triage (ISO 8601 formaat)
  • Zekerheidspercentage en eventuele disclaimers
  • Samenvatting klacht zoals door patient beschreven
  • Geextraheerde symptomen met bijbehorende codes (SNOMED CT)
  • Aanbevolen vervolgactie

Wat moet je vastleggen?

De AVG en NEN-normen (specifiek NEN 7510 en NEN 7513) stellen eisen aan wat je moet vastleggen bij elke triagegebeurtenis:

Verplichte documentatie per triage:

  1. 1. Tijdstempel van de triage
  2. 2. Versie van het gebruikte AI-model
  3. 3. Invoerdata (de klachtomschrijving van de patient)
  4. 4. Outputdata (urgentieklasse, zekerheid, onderbouwing)
  5. 5. Of er menselijke review plaatsvond en door wie
  6. 6. Eventuele aanpassingen door de triagist

Bewaartermijn: Medische gegevens moeten minimaal 20 jaar worden bewaard (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst). Zorg dat je AI-leverancier dit ondersteunt.

Communicatie naar de patient

De patient ziet een vereenvoudigde versie van de output:

  • Duidelijke indicatie: "Op basis van je klachten adviseren we contact binnen 24 uur."
  • Concrete actie: "We nemen vandaag nog contact met je op" of "Bel nu 112."
  • Alarmsymptomen: "Neem direct contact op als je ook X, Y of Z ervaart."
  • Bij zelfzorg: Praktische tips en instructies.

Belangrijk: De patient ziet niet de interne zekerheidspercentages of technische details. Dit voorkomt onnodige onrust of misinterpretatie.

Kernpunten

  • Output bestaat uit: urgentieklasse, zekerheid, onderbouwing, actie, aanvullende info
  • U1-U5 schaal met duidelijke responstijden en actieprotocollen
  • Integratie via HL7 FHIR voor naadloze EPD-koppeling
  • Documentatie-eisen volgens NEN-normen en AVG
  • Patientcommunicatie: helder, concreet, zonder technisch jargon
PD

Patrick Dronk

AI Consultant

Vragen over hoe AI-triage integreert met je huidige systemen? Neem contact op.

Meer in deze serie

Vorige

Klinische Beslisregels

Veiligheidsdrempels en escalatieprotocollen in AI triage.

Binnenkort

Veiligheidsfeatures en Fail-Safe Mechanismen

Hoe voorkom je dat het systeem kritieke fouten maakt?

Benieuwd hoe AI triage past in jouw workflow?

Plan een gesprek om de integratiemogelijkheden te bespreken.